Je begint met 50 gram bloem en 50 ml water. Dit meng je in een kom tot een dikke brij zonder klontjes. De substantie mag niet dun zijn.
Giet het mengsel in de glazen pot, dek af met een losse doek en zet hem op kamertemperatuur weg. Let op dat je pot niet in direct zonlicht staat.
De volgende dag, dag 2, ga je de starter voeden. Giet de helft van je starter weg en voeg vervolgens weer 50 gram bloem en 50 ml water toe aan de starter. Meng het goed door elkaar en zet de pot weer afgedekt weg.
Op dag 3 doe je weer exact hetzelfde.
Op dag 4 en 5 kun je al enige activiteit zien. Je ziet waarschijnlijk al meer bubbels en je starter zal wat zuur ruiken, maar dat is geen probleem. Gooi weer de helft van de starter weg en vul aan met 50 gram bloem en 50 ml water. Doe dit twee keer per dag, dus in de ochtend en in de avond. Je kunt nu een streepje, elastiekje of een tapje plaatsen ten hoogte van je starter. Zo kun je zien of je starter begint te stijgen.
Op dag 6 en 7 zou je starter twee keer per dag moeten verdubbelen na de voeding. De geur is scherp en zuur, er zijn veel bubbels zichtbaar en het kan grijze of bruine vloeistof bevatten.
Je starter is op dit moment al klaar om brood te bakken, maar het is lekkerder als je dit proces twee weken laat duren, dan is je starter echt laat om gebakken te worden.